Het is zeker geen straf om een aantal dagen in Medellin door te moeten brengen. Ten eerste is het hier eeuwig lente. Denk aan de ideale temperatuur, een bijzonder aangename luchtvochtigheidsgraad en iedere dag op hetzelfde tijdstip een klein regenbuitje. Het is waarschijnlijk lastig voor te stellen met alle witte kou in Holanda, maar lekker weer bestaat nog steeds!
Daarnaast is de stad bijzonder welvarend dankzij de (niet helemaal legale) werken van Don Pablo Escobar. De wijlen chef van het Medellin-kartel was één der rijksten op aarde -op het hoogtepunt verdiende Pablito een miljoen dollares per dia! - en spendeerde een groot deel van zijn zuurverdiende centjes aan gemeenschapswerken in de stad. Scholen, woningen, parken, ziekenhuizen en natuurlijk een aantal mooie stulpjes voor zichzelf. Dat de handel in narcotica niet alleen Paulus IJscokar het luxe leven in heeft geholpen blijkt uit de gigantische paleizen in de heuvels rondom Medellin. Het geld wordt ook bijna letterlijk in alle vrouwen hier gepompt. Het aantal buitenproportionele bustes op straat (en in de supermarkt, de metro en de kerk) is werkelijk onvoorstelbaar. Daar komt nog bij dat in Medellin de mooiste dames van Colombia wonen. Blanke gringo mannetjes mogen dus van geluk spreken als ze de stad zonder whiplash kunnen verlaten (of zoals een beschaafde Engelsman in het hostel riep “there is a necksnapping quantity of extraordinary gorgeous women in this city”). U bent gewaarschuwd.
Het beruchte imago van rum, coke en hoeren (of sex, drugs and rock’n'roll, wat u wilt) trekt een apart slag volk aan. Opmerkelijk zijn de excentrieke reizigers die hier voor langere tijd blijven: Een chagrijnige rockabilly Yank, een poker spelende monnik, verschillende dopeheads van down under, gestrande Pruisische motormuizen, oude Franse viespeuken en verdwaalde Engelse meisjes. En al die salsa, rumba en cumbia is heel leuk, maar het draait hier nog altijd om het nationale exportproduct dat je voor een knaak per lijn van de straat kan snuiven. Niemand doet het natuurlijk, maar laten we zeggen dat er nooit sprake is van een ‘ingekakte sfeer’.
In de kroeg koop je een fles anejo ron voor de prijs van een paar bier en zelfs op maandagavond kijkt niemand hier vreemd op als er weer één gammel op z’n stelten de gangen doorzwalkt. Plundering en roof is hier echter aan de orde van de dag, want lamme lullen laten alles liggen en het is dus zaak om zaken van waarde bij je te houden. Behalve de rum is alles hier veel duurder dan in de andere landen. De dorm is veel te klein en mijn onderbuurman brandt wierrook tegen de zweetlucht. Wat een bittere ellende. Als echte Hollander toch nog even lekker klagen op de dinsdag namiddag in de hangmat boven op het dakterras naast het zwembad…
Uiteraard ook de rest van de stad bekeken, waarbij het mooiste uitzicht te vinden was boven op de berg naast de valei. Met een gloednieuwe gondelbaan (toch een beetje ski-vakantie gevoel!) werd je naar boven gebracht over alle krottenwijken heen. Het uitzicht is schitterend van boven is goed te zien dat er met name hele grote luxe wolkenkrabbers staan tussen alle grote groene parken die de stad rijk is. Tenslotte heb ik nog een bezoek gebracht aan het museum van de kunstenaar Fernando Botero uit Medellin, die beroemd is om zijn dikke mensen schilderijen en standbeelden. De binnenstad is vooral erg druk met mensen en heel veel winkeltjes. Aangezien alle toeristen in de rijke buurt zitten ben je een blonde attractie voor de lokale bevolking. Gelukkig had ik een meisje in de metro gevonden dat een middagje gids wilde spelen en me in sneltreinvaart langs alle bezienswaardigheden wist te loodsen. Pablo bedankt! Op naar Bogota!
Tagged as:
coke,
hoeren,
medellin,
pablo escobar,
rum
Het idee was om nog een verhaal over de Galapagos eilanden te schrijven, maar de eerste dag in Cali bracht direct genoeg spektakel om over te schrijven.
Het doel was om, op advies van mijn nieuwe Mexicaanse reismaat Antonio naar San Crispiano te gaan. Daar zou een schitterende rivier zijn om te zwemmen, maar de grootste attractie bleek de rit er naartoe.
Aangekomen in het dorpje Zaragoza dienden we eerst de kolkende rivier over te steken. Dit kon via een loshangend touwbruggetje met veel gaten en losliggende planken waar op het moment van oversteken tenminste 30 andere mensen op aan het wiebelen waren. Opvallend waren de vele gereedschappen die deze mensen met zich meedroegen en al snel werd mijn vermoeden bevestigd dat dit allemaal goudzoekers waren. Opvallend was dat in tegenstelling tot Cali hier uitsluitend negers rondliepen. Hun voorouders zijn uit Afrika naar Colombia gebracht als slaven om te werken op de diverse plantages en er lijkt weinig te zijn veranderd sinds die tijd. Na de touwbrug te hebben overleefd stonden we bij een spoorweg die ons en de goudzoekers dieper de jungle in kon brengen.
Het transportmiddel dat hiervoor wordt gebruikt is één van de meest vindingrijke, spectaculaire én meest gevaarlijke die ik ooit heb gezien: Een lorry van hout, gelijkend op een pallet, met kleine gelagerde wieltjes en een gammel bankje, die wordt aangedreven door een heuse motorfiets. De motorfiets is op lompe wijze aan de lorry gemonteerd en het achterwiel rust op de rails om zo de lorry aan te drijven en -zo bleek even later noodzakelijk- te kunnen remmen. De zelfgebouwde vehikels werden bestuurd door enorme booskijkende negers met dusdanig gespierde lichamen dat de stoerste knullen in de Bijlmer er gillend voor weg zouden rennen en de soldaten van koning Leonidas er huilend van in hun kleine rode broekjes zouden plassen. Laten we stellen dat ik me niet helemaal op mijn gemak voelde. Gelukkig wilde mijn Mexicaanse reismaat de onderhandelingen over de prijs op zich nemen, zodat ik alleen alle priemende blikken van alle aanwezige goudzoekers hoefde te ontwijken. De aangewezen persoon om ons naar het paradijsje in de jungle te brengen zag echter geen enkele reden om minder dan het dubbele tarief te vragen en na veel staren, praten en wachten hebben we hier tenslotte mee ingestemd.
Zonder moeite tilde de reus zijn zware motorfiets-lorry op de rails en na plaats te hebben genomen voor op het gammele bankje kon de rit beginnen. De rit die volgde maakt iedere achtbaan tot kinderspel. Vol gas joeg onze bestuurder zijn machine over de stalen rails en bij elke bocht was het vasthouden geblazen. Het gammele bankje schoof vrolijk heen en weer op de houten planken en het was verstandig om de teentjes in de gaten te houden, opdat ze niet tussen de kleine metalen wieltjes en de rails terecht zouden komen. Na nog geen paar minuten rijden gebeurde het onvermijdelijke en moesten we na een blinde bocht vol in de ho-ijzers om te stoppen voor een tegenligger die met eenzelfde noodgang ons tegemoet kwam. Hierop volgde een spelletje wie-tilt-zijn-lorry-van-de-rails dat nog vaak werd gespeeld tijdens de rit. Meerdere lorry’s en vehikels met meer mensen hebben voorrang, maar ook dan is het een kwestie van wederom staren, praten en wachten. Één van de partijen verzoekt vervolgens zijn passagiers af te stappen en tilt vervolgens met gepaste tegenzin zijn machine van de rails. Opvallend bij de interacties tussen de verschillende chauffeurs was de vraag wanneer de trein kwam. “WAT?!” Er bleek ook nog eens om de zoveel uur een trein met hoge snelheid over de rails te jagen, waarvan niemand precies wist op welke tijdstippen en van welke kant. Een beetje Indiana Jones was het wel.
Uiteindelijk zijn we zonder grote problemen aangekomen in San Crispiano en konden we nog nagenietend van de rit naar de rivier lopen voor een verkoeling. Op weekdagen was het keienstrand langs de rivier blijkbaar lekker rustig en de enige aanwezigen waren een lokale schoolkinderen. Een vijftal jongens en meisjes van ongeveer 11 jaar oud keek een beetje vreemd toen de bebaarde Mexicaan en mijn persoontje het strand betraden. Onderstaand een letterlijke vertaling van het gesprek dat volgde. De inhoud is niet geschikt voor jonge lezertjes (uit Nederland althans):
Marten: “Hoi.”
Meisje (11): “Hoi. Neuk jij met jongetjes?”
Marten: “Eeh… Nee meisjes, hoezo?”
Meisje (11): “Waar zijn jullie meisjes dan?”
Marten: “Niet hier.”
Meisje (11): “Oh.” (kijkt bedenkelijk) “Maar dan kun je wel met mij neuken, want ik ben een meisje!”
Jongetje (12): “Ja, ik heb haar ook al geneukt, ha ha!”
(meisje petst het joch giechelend in z’n smoel)
Marten: “…”
Niet verwonderlijk natuurlijk dat je er zo vroeg bij bent, als pa en ma de hele dag aan het werk zijn en jij met al je vriendjes en vriendinnetjes de ganse dag halfnaakt door de jungle loopt, maar toch. Na een verder rustige middag badderen zijn we vermoeid weer huiswaarts gekeerd. Hallo Colombia!
Tagged as:
jungle,
sex,
trein
Eindelijk was het zover en kon ik beginnen aan het 8 dagen durende hoogtepunt van mijn hele trip, een bezoek aan de wereldberoemde Galapagos eilanden. Na netjes al mijn steekwapens te hebben afgegeven bij de luchthaven van Guayaquil kon ik zonder problemen aan boord van het vliegtuig van AeroGal(apagos). Gids César stond netjes op de simpele luchthaven op het eiland Baltra te wachten en nam ons eerst mee naar de reuzeschildpadden farm op het eiland. Sommige van deze oudste bewoners van de eilanden hebben al meer dan 120 jaar op de teller staan en de laatste schildpad van zijn soort, toepasselijk Lonesome George genoemd en woonachtig in het Charles Darwin Research Center op Santa Cruz, heeft al 150 jaar op zijn levensteller staan. George heeft een crib waar menig rapper jaloers op zou zijn, compleet met Jacuzzi, vruchtentuin, 24 uurs surveillance en niet te vergeten twee aantrekkelijke vrouwtjes, waar hij tot groot verdriet van iedereen niet bovenop wil kruipen om een paar kleine Georges voort te brengen. Hiermee is zijn sub-soort van landschildpadden gedoemd uit te sterven en ik moet zeggen dat het heel bizar is om naar het laatst levende exemplaar van een diersoort te kijken.
Genoeg getreurd en tijd voor actie. Op naar het zeiljacht de ´Merak´ waar ik samen met twee Belgen, een andere Hollander, een Ier en twee Deutsch giechel-Mädchen 8 dagen lang de piraat ga uit hangen. Samen met kapitein Tito, eerste maat Bulmer, scheepskok (en oude zeerot) Galo en natuurlijk onze onverbeterlijke alpha-male gids Cesar maken we ons direct die eerste avond op voor een flink stuk schuimen over de woeste koppen van de Pacific. Op naar Rabida, een klein eiland met schitterende natuur waar we onze eerste ontmoeting zouden hebben met al het onverschrokken wildlife van de ´Enchanted Islands´. Na de eerste onwennige zeemijlen en dito maaltijd aan boord begint de stemming er goed in te komen en is de sfeer aan boord fantastisch. De volgende ochtend vroeg word ik met een wee gevoel in de maag wakker, maar na wat frisse lucht en een stevig ontbijt met spek en ei ben ik klaar voor onze eerste landing met de Zodiak. Een enorme zeeleeuwen kolonie ligt ons op te wachten aan het strand en vertrekt geen spier als we dicht in de buurt komen. Alleen het mannetje in de branding blaft een paar keer flink om ons te laten weten dat we op zijn territorium zijn aangekomen en van zijn harem met circa dertig wijven af moeten blijven.
We maken een korte wandeling over het eiland en langs de rode stranden en zien naast de zeeleeuwen een aantal van de beroemde Darwin-vinken en een paar kleine leguanen. In de namiddag staat de eerste snorkeltocht op het programma en in het water worden we direct vergezeld door de nodige vrouwelijke zeeleeuwen die het bijzonder leuk vinden om met razendsnelle zwemmanoeuvres dicht in onze buurt te blijven. Het eerste ogenblik is dit een beetje beangstigend, omdat die beesten nu eenmaal groot zijn en over een akelig groot gebit beschikken, maar na een tijdje is het dolle pret om elkaars bewegingen onder water te immiteren. Samen met de ontelbare vissen was alleen deze eerste dag al een onvergetelijke ervaring en dit gaat nog een week zo door!
Tagged as:
galapagos,
schildpad,
snorkelen,
zeeleeuw,
zeilboot