We zijn er weer. Chile bevalt me wel. Na het zinderende salsa weekend en de beslissing om het Creamfields dancefestijn in Santiago mee te pakken was het tijd om en plan voor de week te maken. In een gesprek met een oud mannetje op het grote O’Higgins plein van Valparaiso werd duidelijk dat La Serena in het noorden aan de kust zeer de moeite waard is. Naast de schitterende kustplaats ligt er land inwaarts een grote vallei waar de wereldberoemde Pisco vandaan komt (Pies-wat?). Goed zo, dan ga ik daar heen. Dit was ook het eerste weekend dat ik in mijn grote Footprint reisboek heb gekeken en gelezen (sorry Willemijn). Stond precies in wat het oude mannetje mij had verteld en kwam erachter dat ik alle highlights in Santiago en Argentinie wel gezien had (en veel meer). Op naar het noorden met de bus, 7 uur voor 7 piek, lekker opgevouwen voorin mijn eerste audioboek luisteren, want daar had ik nog geen tijd voor gemaakt ondanks de lange busreizen in Argentinie: Dan Brown, The Lost Symbol. Fantastisch spannend en weer tjokvol geheime genootschappen en symbolen die recht voor onze neus te zien zijn. Daar kan ik blijkbaar ongestoord, af en toe wegdommelend, 5 uur naar luisteren. Great fun.
Aangekomen in het warme badplaatsje La Serena in de provicie Coquimbo was het vinden van het hostel een kleine opgave (Willy had lekker geen naam of adres van het hostel opgeschreven), maar toch gevonden! Eenmaal vies, bezweet en hongerig ingecheckt bekroop me een vreemd gevoel van behoefte, waarvan ik niet had gedacht dat het zich al op dit tijdstip van mijn reis zou manifesteren. Het was geen heimwee (sorry jongens, denk wel aan jullie), maar de vreemde behoefte om… te koken. Ben dus gelijk naar de, werkelijk enorme, supermarkt op het marktpleintje om de hoek gelopen om daar gigantisch inkopen te gaan doen (Speltip 29: ga nooit hongerig een supermarkt in). Wraps met vlees. Fajitas zo u wilt. En bij Mexicaans eten hoort guacemole. En als ik iets lekker vind, is dat wel guacemole. En als ze ergens genoeg van hebben in dit rare land is het wel avocado’s; het is namelijk oogstseizoen. Voor een knaak (1 euro) krijg je ongeveer anderhalve kilo avocado’s. Oh boy. Uitje, tomaatje, pepertje (nee geen appeltje Goost), zout, mayonaise (wat ze hier in enorme hoeveelheden in enorm handige (?) zakjes van de firma’s Maggi, Hellmann en huismerk verkopen), een beetje aji (rode pepersaus), peper en wat citroen om het spul kleurecht te houden. De lieve Franse meisjes in het hostel hebben het volledige totstandkomingsproces van mijn overheerlijke guacamole met open mond zitten volgen: “Zjoe koek et oom?”. Getuige de zouteloze spaghetti met halfgaar gehakt en ongelijke blokjes tomaat zij blijkbaar niet. “Yes, I cook almost everyday at home.” - Fransen zijn toch de cuisiniers van Europa? Blijkbaar alleen de mannen. Heb de dames fijn mee laten genieten van de guacemole en de bijbehorende driehoekige maischips (naam kwijt, gewoon, hup, weg, tortilla?) van de firma Doh-ritos. Daar werd dankbaar gebruik van gemaakt.
De volgende dag stond Valle Elqui op het programma. Een bij alle Chilenen beroemde vallei, omdat hier de Pisco vandaan komt. Misschien bij sommigen van u bekend van de Pisco Sour cocktail (1 deel limoen, 2 delen Pisco, schep suiker en crushed ice). Spul smaakt overigens ook prima met cola. Een Piscola. Ik moest samen met mijn Duitse dagtripmaat hartelijk lachen om deze naam. Heel flauw, ja. Het bijzondere aan deze wijn is de vallei waar de druiven groeien en het destillatie proces wat op de teelt volgt. De Elqui Vallei heeft gemiddeld 310 dagen per jaar zon. Dat schijnt veel te zijn. Overdag is het er bloedheet en des nachts erg koud. Ideaal voor de mooie druifjes om tot volle wasdom te komen. Na een slingerende rollercoaster bustocht van bijna drie uur door de vallei kwamen we in een verlaten toeristendorp aan bij de Pisco bodega van Mistral, vernoemd naar de u uiteraard welbekende Gabriela Mistral, Nobelprijs winnaar voor stukjes poëzie, die afkomstig is uit dit dal. Goed. Geld lappen, glaasje mee, rondleiding in het Spaans (8 man, niemand die Spaans kon
en een kleine proeverij van het cognac-achtige goedje op het einde. Van de firma Mistral kregen we nog een Pisco Sour aangeboden op het terras van de bodega, dat uitzicht bood op de vele wijnranken van de vallei. Genieten geblazen. Na de Piscotour heb ik voor mijn Pruisische dagtripmaat gekookt (hij voedde zich al bijna een week met pizza) en na een dankbaar maal hebben we een fles Pisco soldaat gemaakt onder begeleiding van een 3 (!) liter fles cola. Fijne avond boven op dak!
De tweede dag het dorp verkend en op het strand gezeten met 2 Aussies (bekenden uit Mendoza), nog een Ollander en een zak van twee kilo aardbeien van een euro. In de middag heeft steelface (een der letterlijk zwaar gepiercede Aussies) een heerlijk pastamaal voor ons gekookt, waarna ik een dik uur heb liggen uitbuiken en verbranden in de felle namiddagzon op het dakterras van het hostel. Ijskoud biertje erbij. Bah. Je zal dit elke dag moeten doen.
De donderdagavond (5 november) had iets speciaals voor de hostelgasten in petto, want we gingen een kijkje nemen bij de sterrenwacht Mammalluca nabij Vicuña, op ongeveer 2 uur rijden. Een bizarre bustocht door de bergen bracht ons bij het observatorium, waar een enthousiaste gids ons bij de hand nam voor een fantastische avond langs de nachtelijke hemel. In het noorden van Chile staan veel sterrenwachten, omdat ze hier veel dagen zon en dus heldere nachten hebben. Wij hadden dubbel geluk, want het was helder en er was voorlopig nog geen maan, wat veel scheelt in de lichtvervuiling aan de hemel. De sterrenhemel ziet er op het zuidelijk halfrond totaal anders uit als op het noordelijk halfrond. Bizar om te zien zijn de zogenaamde Magellan clouds, die bij een heldere hemel waarneembaar zijn: twee andere melkwegstelsels in onze nabijheid. Ook gaf onze gids een crashcourse constellations, waarmee mijn kennis van de hemel weer is opgevijzeld. De gids vertelde dat er nog veel grotere observatoria in Chile zijn en dat Mamalluca eigenlijk een kleine ‘romantische’ sterrenwacht is, met relatief eenvoudige optische telescopen. Hier moest je nog echt naar buiten om te kijken, in tegenstelling tot de computergestuurde VLT (Very Large Telescope), een op radiogolven gebaseerde telescoop die zelfs vanuit Hamburg te besturen is. Kosten voor gebruik: 10.000 dooie Amerikaanse presidenten per uur. Neen, geef mij maar zo’n guitig telescoopje en een laserpen om je de sterren aan de hemel te laten zien. Wederom een bijzondere ervaring.
Vrijdag in de bus terug naar Santiago voor het Creamfields festival met Orbital, Guy Gerber (?), David Guetta en onze eigen Armin van Buuren. Wat een geweldige partij. Heb fijn staan dansen met de Chileense dames die ook mee waren. De absolute koning van de avond was de jarige David Guetta, die met een geweldige selectie muziek de hele tent gek wist te maken. Mijn avond was perfect toen hij achtereenvolgens Justice (totaal onbekend in Chile), Zombie Nation (Kernkraft 400) en MGMT in een vloeiende mix al lachend uit de speakers wist te knallen. Met de kleine Carola op mijn rechterschouder (gillend van plezier) en Cote aan mijn linkerzijde hebben we schitterend staan housen. Beetje een domper toen onze nummer 1 landgenoot aan de slag ging. Overtuigd van zijn eigen tofheid, met constant zijn eigen naam al ronddraaiend in de video-animatie achter hem en een beroerde selectie -en mix- van hitjes viel hij een beetje tegen. Nice try. Mijn avond was echter al geslaagd en omdat Carolita om 8 uur des ochtends moest werken en Maria Jose niet meer op haar benen kon staan van moeheid, leek het een goed idee om te gaan. Weer keurig om 5 uur in mijn bedje…
Het is overigens leuk om langere tijd in hetzelfde hostel te zitten, zodat je een beetje idee krijgt wat voor mensen er rondlopen. Mijn kamer met zes bedden heeft in ieder geval 1 semi permanente bewoner, de religieuze Santi, een missionaris uit Spanje, die elke dag uitslaapt, de bijbel bestudeerd en tenminste 3 uur per dag aan personal management doet (lees: douchen, scheren, aankleden, omkleden). Daarnaast is mijn uiterst compacte kamergenoot in het bezit van een paar Gothic achtige plateau zolen waar ze bij de AKI van zouden schrikken. Erg vermakelijk allemaal.
De zaterdag na de danspartij was een heerlijke dag met cultureel zeer verantwoorde bezigheden. Naast het geweldige Musea De Bellas Artes ben ik ’s avonds naar het nationale symphonie orkest van Chile wezen luisteren (Adri zal trots op me zijn! Hogere cultuur!). Composities van Braziliaanse samba klassiekers. Met 80 man orkest en 80 zangers een waar spektakel om naar te kijken en luisteren. De zaterdag avond na het concert heb ik mijn Braziliaanse kamergenoot meegenomen naar de Salsotheca. Leek hem wel een goed idee. Ja ja.
Helaas is de tijd gekomen om afscheid van Chile te nemen. Of, zoals een dikke Duitse toerist ons op het hart drukte: deze mensen hebben het tenminste begrepen, alles ist wein, weiben und gesang in Chile. Precies fijne vrind. Dit verhaal werd mede mogelijk gemaakt door de heerlijke Palo Alto Reserva uit Valle del Maule, mijn geweldige Chileense vriendinnetjes (Cote, Cote y la Carolita, muchissimas gracias por todo!!!) en alle fijne Salsa en Reggaeton hits, die niet alleen in de clubs, maar ook bij de slager en in de taxi’s hoorbaar waren. Santiago in tha house! Rock on! Op naar Paraguay!
{ 4 comments }