Aangekomen in het beroemde Cuzco verliep het vinden van een slaapplaats voor het eerst stroef zo heel vroeg in de ochtend. Onder de strakblauwe hemel heb ik een flink aantal grote en beroemde slaapplaatsen afgelopen, helaas allemaal volgeboekt. Later kwam ik er achter dat heel het zuidelijk halfrond zomervakantie vierde en dat alle Argentijnen en Brazilianen de buurlanden onveilig maken.
De door mij, na zorgvuldig uitzoeken, geboekte ‘Inca Jungle Tour, (nieuw in het assortiment bij diverse reisagentschappen) leek de leukste optie, omdat ook mountainbiken een onderdeel van het programma was. Verzekerd van zeven andere deelnemers leek het een Tour te worden. De volgende ochtend deden de organisatorische vaardigheden en de eeuwig doortikkende tijd de Peruviaanse tochtjes-melkers de das om, want nadat (ook) ik veel te laat was opgehaald van mijn hostel bleek de groep in plaats van 7 uit maar liefst 47 anderen te bestaan! Alle touroperators van Cuzco verkochten blijkbaar dezelfde reis voor een andere prijs, om vervolgens iedereen bij elkaar in te mikken. Op het laatste moment hadden zich nog 8 macho’s en een dameshockey elftal aangemeld, beide uit Argentinie. Verrassing!
Na het al het geregel en een boel gedoe vertrokken we slechts twee en half uur later dan gepland. Op naar de top van de berg op 4300 meter hoogte, we gaan fietsen! Na het eerste uur stevig omhoog te hebben gereden door de magische Valle Sagrada (Heilige Vallei van de Inca’s, tussen Cuzco en Ollantaytambo) stond er langs de kant van de weg een bordje met de mededeling: Zona Neblada. Prompt werd alles gehuld in een bijzonder dichte mist en was het zicht nog slechts enkele meters. Hier was het altijd mistig en bizar genoeg kwamen we op deze hoogte zelfs nog langs een klein dorpje. Leven in dichte mist, je moet er maar tegen kunnen. (”Waar is Pedro?” - “Geen idee, niet gezien.”). Op het topje van de berg werden de fietsen afgeladen en in orde gemaakt (ja, inderdaad, 47 fietsen duurt een eeuwigheid), maar eindelijk waren we klaar om te gaan. De tocht ging, om precies te zijn, over 45 kilometer, 3000 meter downhill. Bij het startsein ga je als echte Hollander natuurlijk vooraan fietsen. Enkele minuten later liet ik de hele groep en alle gidsen achter me, om allenig joelend de berg af te jagen, dwars door de dichte mist.
Enige kilomters bergafwaarts moest het onbetrouwbare ros plots vol in de ho-ijzers om te stoppen voor een behoorlijke hindernis. In een haarspeldbocht was een stuk van de gladde asfaltroute compleet weggeslagen door een wilde waterstroom. Een bulldozer was in alle rust bezig om grote rotsblokken in de stroom water te dumpen, om de weg zo weer begaanbaar te maken. Hier kon ik natuurlijk niet op wachten en ben met de fiets op mijn schouders vrolijk kniediep door de kolkende rivier gestapt. We moeten immers door! (De schoenen zijn in de dagen daarna nooit meer droog geworden). Zo kwamen er nog een paar kleinere stroompjes over de weg waar met enig beleid doorheen gefietst kon worden.
Na het eerste spectaculaire stuk door de mist konden we ons na de lunch opmaken voor het iets ruigere werk over een onverharde weg met genoeg stenen en keien om kleine meisjes op grote fietsen bang te maken, want de helft van de groep was na de lunch gestopt met fietsen. Met een twee Brazilianen en een andere Hollander knalden we in hoog tempo de berg af. Toen ik met één der Brazilianen net lekker op dreef was (iPod in, Maserati op de speakers) gebeurde het onfortuinlijke: de band van mijn voorste wiel klapte met een grote knal. Terwijl mijn lichaam in een salto mortale een aantal natuurkundige wetten in praktijk bracht, meldde mijn brein in een splitseconde dat er iets niet in de haak was en dat ik me beter op kon maken voor een flinke smak. Na de onplezierige landing op de met rotsen bezaaide weg was het even heel stil en hoorde ik achter mij een aantal fietsen remmen. De omstanders stonden met open mond te kijken hoe ik rustig opstond en de schade aan de fiets opnam. “Screw the bike man, are you OK? That was a really big crash!” zei de Braziliaan bezorgd tegen mij, nog steeds verbaasd dat ik alweer stond en niet finaal in de kreukels lag. Ik besloot mijn lichaam aan een visuele inspectie te onderwerpen, want de adrenaline van het moment onderdrukt alle pijn en dit zijn toch de momenten waarop je opeens ontdekt dat je de stuurstang dwars door je ingewanden hebt zitten. Dit was gelukkig niet het geval en ik voelde mij oprecht goed. Naast de kleine schrammetjes op schouder en been was er werkelijk niets aan de hand. De andere fietsers die zich hadden verzameld keken geschokt van mijn fiets naar mij. Toen pas zag ik dat het voorwiel compleet aan gort was. Niet alleen was de band grof geklapt, de hele velg was aan diggelen. In alle rust vroeg ik aan de inmiddels aangekomen gids of hij een andere fiets voor mij had en zonder aarzeling overhandigde hij zijn eigen ros. Fijn zo! We gaan. De nieuwe fiets bleek stukken beter dan de mijn oude (die gidsen bewaren het beste voor zichzelf). Na mij volgden nog velen die de ruige straat onvrijwillig van dichtbij bekeken, waarvan een aantal niet meer in staat waren verder te fietsen. Gelukkig was het eindpunt snel in zicht en kon er een welverdiend bier op de enerverende tocht gedronken worden. Op naar Machu Picchu!
{ 0 comments }