Posts tagged as:

jungle

Samaipata

december 5, 2009

Één van de bestemmingen die vanaf het begin van dit hele gebeuren hoog aan mijn verlanglijst stond was Samaipata. Gelegen in de groene voetheuvels van de Andes beloofde dit een waar paradijs te zijn met een fantastisch klimaat, schitterende natuur en een ontspannen sfeer.

Om hier te geraken was eerst een tussenstop in Santa Cruz del Sierra vereist. Wat een aantal decennia geleden nog een slaapstadje in het verre oosten van Bolivia was, is door een mix van handel en delfstoffen (en een combinatie van die twee) uitgegroeid tot het belangrijkste economische centrum van dit armste land in Zuid-Amerika. Relatief veel welvaart en met name veel westerse spullen in de vele winkels en boetiekjes. Ook voor westerse prijzen, maar dat deert de bevolking hier schijnbaar niet veel, want er wordt gretig ingeslagen. Ook zijn hier in de bevolking veel externe invloeden te zien. Zo zitten ook hier veel Europeanen, Aziaten en Mennonieten uit de Chaco. De vrouwen dragen zwart-paarse jurken, een grote strohoed en van die opknoopschoentjes en de mannen allemaal met houthakkershemd, tuinbroek en zwarte pet. Gezien de grote oren en zeer intelligente blik van deze boerenjongens hebben hun vaders ook wel eens met tante Agneta op de hooizolder gelegen. Daarnaast natuurlijk veel Bolivianen, die, zoals door iedereen ook wordt gezegd, totaal anders zijn dan het volk in Argentinie, Chili en Paraguay. Echte indianen: kort, mollig en niet altijd de knapste (maar échte schoonheid zit natuurlijk van binnen). Nu moet ik bekennen dat ze ook een beetje stug zijn, niet heel behulpzaam en het lijkt of ze continu argwanend kijken. Ook is het een feest om de hele tijd aangestaard te worden door met name de jongere generaties. In restaurants, waar de personeelsbezetting vaak het 3-voudige van de noodzakelijke bezetting behelst, komt vaak iedereen even aan je tafel, biertje brengen, schoteltje plaatsen, bestekje leggen enz., om vervolgens in een giechelend sprintje terug naar collega’s te gaan. Erg grappig allemaal, maar ik wil naar Samaipata!

Om hier te geraken kun je gebruik maken van een micro, een gedeelde taxi. De micro vertrekt op het moment dat zich 4 personen gemeld hebben voor een rit. Dat kan dus 5 minuten duren, maar ook een halve dag. Je moet net geluk hebben. 20 minuten na aankomst zat de bak vol en konden we vertrekken. Ik ben lekker voorin gaan zetten met de camera, zodat ik goed van het uitzicht kon genieten. De 3 uur durende (en 2 euro kostende) rit was werkelijk schitterend. Een slingerende asfalt baan leidde steeds verder en hoger de groene heuvels in langs verschillende piepkleine gehuchten om uiteindelijk na veel gehobbel in het grotere toeristenplaatsje Samaipata aan te komen. Er werden klinkers gelegd op alle belangrijke hoofdwegen, maar gezien de conditie van het geheel hadden ze nogal veel last ondervonden van regen tijdens het leggen. Het zeer gastvrije hostel van de Nederlandse Andrès en zijn Boliviaanse vrouw Doriña was vanuit het hele dorp te zien en had een schitterend uitzicht op het heuvelachtige landschap.

De volgende dag stond een hike (jawel, lopen) gepland door één van de belangrijkste attracties: nationaal park Amboro, een oerbos van tenminste 450 miljoen jaar oud met een unieke vegetatie. Dit subtropische nevelbos heeft een grote diversiteit aan flora, met als uniek kenmerk de vele soorten varens. Alleen tijdens onze tocht hebben we 40 verschillende soorten gezien. Onder begeleiding van onze bioloog werd alles haarfijn uitgelegd over deze oudste planten ter wereld. De voorouders van deze jongens stonden al weer en wind te trotseren toen de dinosaurussen nog over onze planeet hobbelden. Sommige varens die we zagen tijdens de tocht bleken 4000 jaar oud te zijn. Laat dat even een moment bezinken… Spul groeit een milimeter per jaar en sommige reuzevarens waren dus 4 meter hoog. Echt enorm.

Omdat het woud een groot deel van de tijd in nevel gehuld is, is alles vochtig. De grond, de planten, alles. Na een uur lopen jijzelf dus ook. Lekker glibberen over modderpaadjes en duikelen over de vele gladde boomwortels, waarbij je uit moet kijken om je niet vast te klampen aan een varen stam, want die zitten vol venijnige stekeltjes. Soms sta je dus in een splitseconde voor de keuze om op je bek te gaan of in de stekels te grijpen. Beide geprobeerd met wisselende resultaten. Het zweet gutste me van het lijf (in tegenstelling tot onze lachende bioloog), dus ik ben weer een paar kilo lichter. Wat de tocht nog een extra dimensie gaf was de baal cocablaadjes die ik van onze Boliviaanse Middas Dekker toegestopt kreeg. Kauw maar lekker, ga je hard van lopen, krijg je geen honger, heb je geen dorst en ga je scherper zien. Het triootje jubelende Fransozen dat ook mee was weigerde het aanbod uit angst voor hallucinaties van bosdemonen ofzo. Geen idee. Het lopen werd er in ieder geval een stuk leuker op.

Toen we op de rustplek boven op de berg aankwamen was een adembenemende uitzicht het bedankje voor de vele inspanningen. Nog geen 2 minuten daar werd onze gids helemaal wild en begon in de gapende verte van het groene heuvellandschap te wijzen. “Mira, mira! Condor Amazonia!” – en jawel, ook ondergetekende zag heel in de verte een witte stip boven de heuvels vliegen. Klein, maar zichtbaar. De drie Fransozen hadden na 10 minuten turen nog niets gespot. Zou het toch die coca zijn? De vogel bleek een zeldzaamheid, want de vrolijke bioloog was door het dolle heen. Nou, die heb ik dan ook maar weer mooi gezien! Daarnaast nog diverse valken en gieren gezien die mijns inziens even indrukwekkend waren (en veel dichterbij). Toen iedereen na de lunch lag te slapen en ik net klaar was met mijn zonnebad riep de bioloog zich bij me om me op een vogelnestje van een valk te wijzen. Daar zijn ook foto’s van! Ongelofelijk hoe deze man alles wist te vinden en aan te wijzen. Naast de vogels, plukte hij zonder moeite enorme kevers uit de bosjes, goudkleurig en zo groot als een halve hand en toen we lekker aan het lopen waren stopte hij plots om ergens uit een struik een klein boomslangetje te pakken. Alsof het afgesproken werk was.

Na de rustpauze was het tijd voor het avontuurlijke werk in de vorm van liaan slingeren en klimmen. Ik had sinds apekooi op de basisschool geen touw meer geklommen, maar kwam tot mijn eigen verbazing verdomd soepel dat tarzan-apparaat in. Oei, dit is wel erg hoog, misschien nu wel naar beneden. De bioloog vond het prachtig en kon het niet laten om zelf ook nog even te gaan. Toen we richting bosrand gingen om terug te rijden naar Samaipata wees de gids nog op een aantal vlinders. Vlinders met semi-transparante vleugels welteverstaan. Heel gaaf om te zien. Puma’s en jaguars blijven voorlopig een legende, want hoewel ze in het bos zouden moeten leven, had nog niemand er ooit één gezien. Dat is ook niet zo heel raar, want het is een enorm gebied.

Op de terugweg werden we getrakteerd op een grote regenbui. Aangezien het zou blijven regenen de komende dagen en mijn trektocht voor de volgende dag was afgelast wegens hoog water, besloot ik mijn biezen te pakken en dit mooie dorp in de stromende modder achter me te laten. Terug naar Santa Cruz, voor het verkiezingsweekend, waarbij de huidige president Evo Morales kans heeft op een absolute meerderheid en zo een dictatuur kan vestigen. Het wordt denk ik een heel spannend weekend…

De foto’s volgen snel!

{ 0 comments }