Eerste Kerstdag was het dan zo ver! Na veel overleg en Boliviaanse voorbereidingen vertrokken we, slechts een paar uur later dan gepland, met boot, proviand en bemanning naar de rivier om af te reizen naar de Estancia van de familie van Pamela. Het gehele gebied van circa 900 hectare, dat wordt beheerd door drie broers, ligt midden in de Pampa aan de uitlopers van de Amazone in het noordelijke deel van Bolivia, boven Trinidad. Om bij de boerderij van de familie te komen dienen we een half uur te rijden naar de aanlegsteiger van de rivier om daar vervolgens met een speedboat drie over een aantal kleinere en grotere aftakkingen van de Amazone te varen, sommige 500 meter breed en 20 meter diep. De tocht is net een sprookje, met alle honderden vogels die meevliegen met de boot. Onderweg zijn schildpadden te zien en grote vogels aan de waterkant die me het meeste doen denken aan reigers (en dat misschien ook wel zijn, ik ben niet zo’n groot ornitoloog). Alles wordt nog mooier als op een splitsing van de rivier in de schittering van het zonlicht een school van ten minste zeven Amazonedolfijnen (buffeo’s) opduikt. Roze van kleur, met een korte snuit en het bekende geluid kirren de beesten vrolijk rondom de boot. Een paar minuten later lijkt het sprookje echter voorbij en wordt pijnlijk duidelijk hoe kwetsbaar je bent op de rivier als de motor van de boot het begeeft en het ook nog ongelofelijk hard begint te regenen. Weg dolfijnen, weg vogels, weg sprookje. En daar zit je dan onder je poncho, in een best wel klein bootje, op een best wel grote rivier, in een best wel groffe regenbui, 10 minuten, 15 minuten, een half uur. Gelukkig stopte de regen even plots als ze begon en de handige knul aan boord wist de motor met een paar handelingen weer aan de praat te krijgen, dus dat was weer boffen. Even later krijgen we nog een mooie traktatie van moeder natuur als er een vlucht (schijnbaar met uitsterven bedreigde) ara’s voorbij vliegt. Dat zijn van die geel met blauwe papegaaien die kunnen praten en Lorre heten. Later zien we nog de blauw met rode variant. Allemaal heel bijzonder om te zien.
Na de lange tocht van bijna vier uur komen we aan bij de estancia van de broer die aan de rivier woont. Uitgeput meren we aan en krijgen direct eten aangeboden in de vorm van de grootste schaal vlees die ik ooit gezien heb. De enorme schaal in het midden van de (tevens enorme) keukentafel is tenminste een meter in diameter en gevuld met allemaal schitterende biefstukken. De keuken bevindt zich in een afgetimmerde hut, met een grond van klei, ferme houten stoelen, een grote tafel die is voorzien van praktisch afneembaar foeilelijk lichtblauw bloemetjeszeil, een grote kast met servies en een grote werkbank met kaas, maïs, limoen en diverse potten en pannen. Een kleine peer aan het plafond neemt de verlichting voor zijn rekening. De elektriciteit hiervoor wordt opgewekt door een zonnepaneel, waardoor er elke dag voor drie uur verlichting is. Na de verorbering van het vleeschmaal en een heerlijk glaasje rivierwater (stromend water? Ja, buiten in de rivier!) is het tijd om mijn kamer te ontdoen van de grootste beesten. Nadat de kippen en kikkers de tent uit zijn gewerkt is het cucaracha hunting time. In korte tijd weet ik vier kakkerlakken ter grote van een flinke Duitse worstenvinger onder luid gekraak om zeep te helpen en dan is het eindelijk tijd om rustig te gaan slapen. Morgen moeten we namelijk vroeg uit de veren om met het paard de pampa te doorkruisen naar onze eindbestemming: Estancia Mercedes.
{ 2 comments }