Na de zinderende tocht door de woestijn besloot ik vanuit Uyuni direct door te reizen per trein naar de vergane glorie in Oruro om daar, na een paar uur slaap, met de bus mijn weg te vervolgen naar Cochabamba. Deze florerende stad op 2700 meter hoogte is een bruisend centrum van commercie en communicatie in het hart van Bolivia. Daar ik rond de klok van tien uur in de avond arriveerde bevond ik mij terstond in een kolkende mensenmassa op het busstation. Geluk bij een ongeluk, want ondanks mijn flinke tassen die ik inmiddels gewend ben op de schouder te dragen -de functionaliteit van de rugzak heb ik tot de dag van vandaag nog niet eenmaal geëxploiteerd- is manouvreren door de mierenhoop relatief eenvoudig dankzij mij lengte: iedereen is tenminste 2 koppen kleiner. Aldus aangekomen in een totaal ander hotel dan gepland, zoals dat wel vaker is gebeurd, richtte ik mijn tijdelijke hoofdkwartier in op een verblijf van 3 nachten. De twee volle dagen die ik tot mijn beachikking had zou ik gebruiken om weer op krachten te komen na de slopende tocht door de woestijn en voor de gebruikelijke huishoudelijkheden, zoals douchen (3 dagen niet gedaan), supplies kopen (shampoo, tandpasta, naald en draad), geld pinnen (in de woestijn gek genoeg geen pinautomaat) en het wassen van kleren, waar je als reiziger niet aan ontkomt. Dit wassen had aanzienlijke prioriteit gezien ik aan mijn laatste binnenstebuiten gedraaide unterhose toe was. Woensdag 16 december in de ochtend zal ik Pamela ontmoeten op het busstation om direct door te reizen naar La Paz voor een concert van onze landgenoot Tiësto, die daar een knallend optreden van zijn nieuwste werk Kaleidoscope zal geven, dus een paar schone onderbroeken in de bagage kon geen kwaad.
Mijn hotel is gelegen in het oude centrum van Cochabamba en is vergeven van pollerias (kip-restaurantjes), belhuizen, internetcafés (vaak in combinatie met spelcomputers) en veel allerhande zaakjes. Daarnaast zijn er verschillende straatjes rondom de grote markt, naast mijn hotel, die zijn ingericht op specifieke waren. Een straat voor meubels, een straat voor borduursels, een straat voor gekopieerde media (alle films en muziek denkbaar), een straat met slijterijen, een straat met naaiateliers, een straat met begrafenisondernemingen (waar voor het gemak ook alle matrasverkopers te vinden zijn) en een straat met banken. Bij iedere bank staan voor de gemoedsrust twee heren in volle gevechtsuitrusting en doorgeladen shotguns met hun mobiele telefoon te spelen. Na enig rondvragen op de vroege maandagochtend kwam ik in de straat met lavanderias (wasserettes), waar mij bij de lavanderia van mijn keuze werd medegedeeld dat ik om 4 uur in de middag mijn was kon ophalen, waarop de vrolijke vriend achter de toog -goddank geen jongedame- mijn enorme zak wasgoed en plein public op de toog uitspreidde om vervolgens ieder stuk wasgoed, van het verroeste t-shirt en de opgesteven onderbroek uit de mijnen, tot de bebloede zakdoeken en stinkende handdoek van de droge hoogtes in Uyuni, nauwkeurig te bekijken en te registreren. Nadat iedere sok was geëxamineerd en geregistreerd besloot ik dat het tijd was om mijn maag te voeden. Ondanks de vele moeilijke verhalen over voedselvergiftigingen, buiklopen en andere ellende als gevolg van het voedsel in Bolivia heb ik tot op heden nergens last van gehad. Slechts een lichte hoofdpijn trof mij in de tweede ochtend op de Alti Plano die, naast de voor de hand liggende hoogteziekte, ook een gevolg kan zijn geweest van de flessen goedkope rum die de avond ervoor soldaat waren gemaakt in het gezelschap van de vier Engelsen en de compleet gestoorde -of zeer impulsieve- Zuid-afrikaanse in het eenvoudige logement midden in de woestijn waar wij onszelf dienden te vermaken (wat overigens uitstekend gelukt is met een tot dan toe voor mij onbekend kaartspel). In de straten van Cochabamba en eigenlijk alle grotere steden van Bolivia, zijn op iedere straathoek kleine Boliviaanse vrouwtjes te vinden met handkarren vol zoete, sappige, groene sinaasappels. Voor slechts 18 cent kun je hier een beker verse jus bemachtigen. Ik besloot mijn uitgeputte lijf deze ochtend flink te verwennen door de vrouw een euro te geven en te vragen om mij vol te gieten met verse vitaminen. Na anderhalve liter goddelijk sap vervolgde ik mijn weg naar de bakker om voor 20 cents 6 ovenverse broodjes te kopen als ontbijt. Eindelijk begon ik weer op krachten te komen na de uitputtingsslag in de woestijn.
Na de boodschappen, de communicatie met het thuisfront, de koffie, lunch en siësta was het bijna vier uur en dus -volgens afspraak- tijd om mijn minutieus geregistreerde was op te halen. Na bijna drie maanden Zuid Amerika weet ook ik dondersgoed dat die was niet om stipt vier uur op mij ligt te wachten. Toch probeer ik het als echte Hollander iedere keer weer. Op de afgesproken tijd aangekomen in de lavanderia wees mijn vrolijke vriend achter de toog lachend op de grote droogtrommel achter hem en verzekerde me dat het nog acht minuten zou duren voordat ik alles kon meenemen. Ik had niet anders verwacht. Na een ronde langs de stoffenwinkels en borduurhuizen voor het verjaardagscadeau van Pamela besloot ik een klein biertje te drinken in één van de vele gelegenheden nabij de wasserette, waar gezellige Bolivianen knakelam op tafels liggen te slapen en waar een knuffelend koppel van rond de 40 met 8 liter bier achter de kiezen -geteld naar het aantal lege literflessen bier op tafel- alle foute hits uit de jukebox wist te knijpen. Alle mannen in het gelag dronken bier, inlusief die achter de toog, met het pullenbord vol zandlopervormige glazen. Werkelijk niemand maakte zich hier druk. Na luttele pinten maakte ik mij op voor de recollectie van mijn -inmiddels hopelijk schone- wasgoed. Een goed uur was verstreken sinds mijn laatste bezoek aan de lavanderia, maar de vrolijke vriend was nog in alle rust en concentratie bezig mijn shirts te stoomstrijken. De chef van de wasserette gebood hem op te schieten en achtte het een mooi moment voor de gebruikelijke conversatie met zijn exotische klant. Deze momenten grijp ik altijd met beide handen om mijn Spaans te oefenen. Veel reizigers blijven een week of twee in de stad om Spaanse les te nemen, maar klampen zich vervolgens vast aan theorie en durven deze nauwelijks in praktijk te brengen, waarmee het leereffect teniet wordt gedaan. Nu is mijn op straat aangeleerde Spaans een lappendeken van matige kwaliteit, maar in de meeste gevallen weet ik mijzelf verstaanbaar te maken en kan daarbij rekenen op de welwillende hulp van mijn conversatiepartners. Na de leerzame conversatie was de was, keurig gestreken, gevouwen en geteld, eindelijk klaar om mee te nemen. Zoals gezegd wordt in Zuid-Amerika: elke voltooide queeste is een overwinning. Tijd voor ontspanning en vertier. Met een aantal pinten lokaal bier (Paceña) heb ik mij teruggetrokken op mijn bescheiden hotelkamer om daar, voor het eerst in weet-ik-hoe-lang, een avondje televisie te kijken. Uiteindelijk ben ik na een aantal weken onregelmatig slapen, in een heel diepe, rustige slaap gevallen om de volgende ochtend op volle gevechtssterkte te ontwaken. On to the next adventure!
Tagged as:
alti plano,
was
Na de jungle van Samaipata ben ik, middels een niet ongevaarlijke busreis van 18 uur over een modderpad langs afgronden, in het holst van de nacht afgereisd via Sucre en Potosi naar het eenzame dorpje Uyuni, om vanuit daar een driedaagse tocht door de woestijnen en zoutvlaktes van de Alti Plano te maken.
Met een voor de tocht goed uitgeruste jeep vertrokken we (4 Engelse gents en een Zuid-Afrikaanse) rond het middaguur naar de beroemde zoutvlaktes. Ondanks de bewolking waren de vlaktes adembenemend mooi, groot en onwerkelijk. De vertekeningen van het landschap door de reflecties van het licht speelden continu spelletjes met het brein dat al dit moois moest verwerken. Na een uur rijden over de zoutvlaktes doemde in de verte als een soort ruimteschip een eiland op dat Incahuasi genoemd werd, het huis van de Inca’s. Dit eiland in de zoutwoestijn, permanent bewoond door enorme cactussen, werd door de Inca’s in de eeuwen voor onze tijd als rustplaats gebruikt tijdens hun meerdaagse oversteek van de zoutvlaktes.
Na de eerste nacht in een bijzonder eenvoudig logement aan de rand van de zoutvlaktes vervolgden we vroeg in de ochtend onze tocht, ditmaal door de woestijnen van de Alti Plano. Hoe mooi en indrukwekkend de zoutvlaktes ook waren, de verschillende landschappen die we in de twee laatste dagen van de tocht doorkruisten hebben mij vele uren sprakeloos uit het raam van de jeep doen hangen. De onmetelijke vlakten werden opgebroken door enorme vulkanen en rotsformaties, gekleurd door de metalen en mineralen die zij bevatten. Rode vulkanen met ijzer, geelgroene vulkanen met zwavel en witte vulkanen met bauxiet. De enige zichtbare levende wezens op deze hoogvlaktes waren de vicuña’s (een soort llama’s) en viscacha’s (een soort woestijnkonijn), die zich beide in leven hielden door het eten van het in overvloed aanwezige, stugge en dorre woestijngras. De hoogtepunten van de tocht waren een aantal bizar gekleurde laguna’s (meren) die uit het niets leken te zijn ontstaan. Naast de kleurspeling van de meren (wederom te danken aan de diverse metalen en mineralen in de grond) wachtte ons een ander, hoewel aangekondigd, toch verrassend schouwspel: een aantal van de meren werd bevolkt door enorme kolonies… flamingo’s! De sierlijke vogels voedden zich met de -blijkbaar aanwezige- micro-organismen in de meren en verbleven tijdens het zomerseizoen op de hoogvlakte om in de winter naar Venezuela te trekken.
De laatste -korte- nacht brachten we wederom door in een eenvoudige logement ergens in de woestijn, waar alle jeeps die uit Uyuni waren vertrokken zich verzamelden. In de ochtend tijdens zonsopgang bezochten we geisers in een seismisch zeer actief gebied, om vervolgens nog voor het ontbijt een verfrissende duik te nemen in een thermaal bad aan de rand van dit gebied. Nadat de overige inzittenden van de jeep waren afgezet bij de grensovergang met Chili werd het tijd voor de terugtocht naar Uyuni. Via een andere weg reden we wederom uren door een woestijnlandschap, welke een blijvende indruk op mijn netvlies heeft achtergelaten. Mijn arm verbrand, mijn lijf vermoeid, maar mijn geest verrijkt! De foto’s zeggen meer dan de duizend woorden die ik hier nog over kan schrijven. Op naar Cochabamba!
Tagged as:
alti plano,
woestijn,
zoutvlakte