Het idee was om nog een verhaal over de Galapagos eilanden te schrijven, maar de eerste dag in Cali bracht direct genoeg spektakel om over te schrijven.
Het doel was om, op advies van mijn nieuwe Mexicaanse reismaat Antonio naar San Crispiano te gaan. Daar zou een schitterende rivier zijn om te zwemmen, maar de grootste attractie bleek de rit er naartoe.
Aangekomen in het dorpje Zaragoza dienden we eerst de kolkende rivier over te steken. Dit kon via een loshangend touwbruggetje met veel gaten en losliggende planken waar op het moment van oversteken tenminste 30 andere mensen op aan het wiebelen waren. Opvallend waren de vele gereedschappen die deze mensen met zich meedroegen en al snel werd mijn vermoeden bevestigd dat dit allemaal goudzoekers waren. Opvallend was dat in tegenstelling tot Cali hier uitsluitend negers rondliepen. Hun voorouders zijn uit Afrika naar Colombia gebracht als slaven om te werken op de diverse plantages en er lijkt weinig te zijn veranderd sinds die tijd. Na de touwbrug te hebben overleefd stonden we bij een spoorweg die ons en de goudzoekers dieper de jungle in kon brengen.
Het transportmiddel dat hiervoor wordt gebruikt is één van de meest vindingrijke, spectaculaire én meest gevaarlijke die ik ooit heb gezien: Een lorry van hout, gelijkend op een pallet, met kleine gelagerde wieltjes en een gammel bankje, die wordt aangedreven door een heuse motorfiets. De motorfiets is op lompe wijze aan de lorry gemonteerd en het achterwiel rust op de rails om zo de lorry aan te drijven en -zo bleek even later noodzakelijk- te kunnen remmen. De zelfgebouwde vehikels werden bestuurd door enorme booskijkende negers met dusdanig gespierde lichamen dat de stoerste knullen in de Bijlmer er gillend voor weg zouden rennen en de soldaten van koning Leonidas er huilend van in hun kleine rode broekjes zouden plassen. Laten we stellen dat ik me niet helemaal op mijn gemak voelde. Gelukkig wilde mijn Mexicaanse reismaat de onderhandelingen over de prijs op zich nemen, zodat ik alleen alle priemende blikken van alle aanwezige goudzoekers hoefde te ontwijken. De aangewezen persoon om ons naar het paradijsje in de jungle te brengen zag echter geen enkele reden om minder dan het dubbele tarief te vragen en na veel staren, praten en wachten hebben we hier tenslotte mee ingestemd.
Zonder moeite tilde de reus zijn zware motorfiets-lorry op de rails en na plaats te hebben genomen voor op het gammele bankje kon de rit beginnen. De rit die volgde maakt iedere achtbaan tot kinderspel. Vol gas joeg onze bestuurder zijn machine over de stalen rails en bij elke bocht was het vasthouden geblazen. Het gammele bankje schoof vrolijk heen en weer op de houten planken en het was verstandig om de teentjes in de gaten te houden, opdat ze niet tussen de kleine metalen wieltjes en de rails terecht zouden komen. Na nog geen paar minuten rijden gebeurde het onvermijdelijke en moesten we na een blinde bocht vol in de ho-ijzers om te stoppen voor een tegenligger die met eenzelfde noodgang ons tegemoet kwam. Hierop volgde een spelletje wie-tilt-zijn-lorry-van-de-rails dat nog vaak werd gespeeld tijdens de rit. Meerdere lorry’s en vehikels met meer mensen hebben voorrang, maar ook dan is het een kwestie van wederom staren, praten en wachten. Één van de partijen verzoekt vervolgens zijn passagiers af te stappen en tilt vervolgens met gepaste tegenzin zijn machine van de rails. Opvallend bij de interacties tussen de verschillende chauffeurs was de vraag wanneer de trein kwam. “WAT?!” Er bleek ook nog eens om de zoveel uur een trein met hoge snelheid over de rails te jagen, waarvan niemand precies wist op welke tijdstippen en van welke kant. Een beetje Indiana Jones was het wel.
Uiteindelijk zijn we zonder grote problemen aangekomen in San Crispiano en konden we nog nagenietend van de rit naar de rivier lopen voor een verkoeling. Op weekdagen was het keienstrand langs de rivier blijkbaar lekker rustig en de enige aanwezigen waren een lokale schoolkinderen. Een vijftal jongens en meisjes van ongeveer 11 jaar oud keek een beetje vreemd toen de bebaarde Mexicaan en mijn persoontje het strand betraden. Onderstaand een letterlijke vertaling van het gesprek dat volgde. De inhoud is niet geschikt voor jonge lezertjes (uit Nederland althans):
Marten: “Hoi.”
Meisje (11): “Hoi. Neuk jij met jongetjes?”
Marten: “Eeh… Nee meisjes, hoezo?”
Meisje (11): “Waar zijn jullie meisjes dan?”
Marten: “Niet hier.”
Meisje (11): “Oh.” (kijkt bedenkelijk) “Maar dan kun je wel met mij neuken, want ik ben een meisje!”
Jongetje (12): “Ja, ik heb haar ook al geneukt, ha ha!”
(meisje petst het joch giechelend in z’n smoel)
Marten: “…”
Niet verwonderlijk natuurlijk dat je er zo vroeg bij bent, als pa en ma de hele dag aan het werk zijn en jij met al je vriendjes en vriendinnetjes de ganse dag halfnaakt door de jungle loopt, maar toch. Na een verder rustige middag badderen zijn we vermoeid weer huiswaarts gekeerd. Hallo Colombia!
Tagged as:
jungle,
trein
Eindelijk was het zover en kon ik beginnen aan het 8 dagen durende hoogtepunt van mijn hele trip, een bezoek aan de wereldberoemde Galapagos eilanden. Na netjes al mijn steekwapens te hebben afgegeven bij de luchthaven van Guayaquil kon ik zonder problemen aan boord van het vliegtuig van AeroGal(apagos). Gids César stond netjes op de simpele luchthaven op het eiland Baltra te wachten en nam ons eerst mee naar de reuzeschildpadden farm op het eiland. Sommige van deze oudste bewoners van de eilanden hebben al meer dan 120 jaar op de teller staan en de laatste schildpad van zijn soort, toepasselijk Lonesome George genoemd en woonachtig in het Charles Darwin Research Center op Santa Cruz, heeft al 150 jaar op zijn levensteller staan. George heeft een crib waar menig rapper jaloers op zou zijn, compleet met Jacuzzi, vruchtentuin, 24 uurs surveillance en niet te vergeten twee aantrekkelijke vrouwtjes, waar hij tot groot verdriet van iedereen niet bovenop wil kruipen om een paar kleine Georges voort te brengen. Hiermee is zijn sub-soort van landschildpadden gedoemd uit te sterven en ik moet zeggen dat het heel bizar is om naar het laatst levende exemplaar van een diersoort te kijken.
Genoeg getreurd en tijd voor actie. Op naar het zeiljacht de ´Merak´ waar ik samen met twee Belgen, een andere Hollander, een Ier en twee Deutsch giechel-Mädchen 8 dagen lang de piraat ga uit hangen. Samen met kapitein Tito, eerste maat Bulmer, scheepskok (en oude zeerot) Galo en natuurlijk onze onverbeterlijke alpha-male gids Cesar maken we ons direct die eerste avond op voor een flink stuk schuimen over de woeste koppen van de Pacific. Op naar Rabida, een klein eiland met schitterende natuur waar we onze eerste ontmoeting zouden hebben met al het onverschrokken wildlife van de ´Enchanted Islands´. Na de eerste onwennige zeemijlen en dito maaltijd aan boord begint de stemming er goed in te komen en is de sfeer aan boord fantastisch. De volgende ochtend vroeg word ik met een wee gevoel in de maag wakker, maar na wat frisse lucht en een stevig ontbijt met spek en ei ben ik klaar voor onze eerste landing met de Zodiak. Een enorme zeeleeuwen kolonie ligt ons op te wachten aan het strand en vertrekt geen spier als we dicht in de buurt komen. Alleen het mannetje in de branding blaft een paar keer flink om ons te laten weten dat we op zijn territorium zijn aangekomen en van zijn harem met circa dertig wijven af moeten blijven.
We maken een korte wandeling over het eiland en langs de rode stranden en zien naast de zeeleeuwen een aantal van de beroemde Darwin-vinken en een paar kleine leguanen. In de namiddag staat de eerste snorkeltocht op het programma en in het water worden we direct vergezeld door de nodige vrouwelijke zeeleeuwen die het bijzonder leuk vinden om met razendsnelle zwemmanoeuvres dicht in onze buurt te blijven. Het eerste ogenblik is dit een beetje beangstigend, omdat die beesten nu eenmaal groot zijn en over een akelig groot gebit beschikken, maar na een tijdje is het dolle pret om elkaars bewegingen onder water te immiteren. Samen met de ontelbare vissen was alleen deze eerste dag al een onvergetelijke ervaring en dit gaat nog een week zo door!
Tagged as:
galapagos,
schildpad,
snorkelen,
zeeleeuw,
zeilboot
Deze grootste stad van Ecuador is het meest vreselijke rattenhol waar ik ooit ben geweest op deze planeet. Zo, dat is er uit. Erg ironisch als je bedenkt dat het tevens de toegangspoort is voor de mooiste plek te wereld. De Galapagos archipel.
De lucht in Guayaquil stinkt, is bijzonder vochtig en warm. Er is veel luchtvervuiling, de straten zijn lelijk, de mensen erg onvriendelijk en alles is duur. Daarnaast is er een Amerikanisering van zo ongeveer alles gaande in de stad. Er is miljoenen geinvesteerd in diverse belachelijke projecten om de stad op groot voorbeeld Miami te laten lijken. Een gigantische boulevard met de allure van de Riverwalk in San Antonio (TX), een grote winkelstraat met louter electronicazaken die verkopen op krediet, banken, dure malls en fastfoodketens. Vreemd, want de bevolking van deze miljoenenstad is straatarm.
Kuchend op ons balkon kijk ik in de middag naar de taferelen op de straat beneden. Er zit een dronken neger op een stoel voor een winkel op de drie auto’s te letten die hij onder zijn hoede heeft genomen. Zodra er een klein blauw KIA’tje aan komt rijden staat hij met enige moeite op en dirigeert de auto richting een parkeerplek tussen een oude Amerikaan en een dure Benz type ML. Zonder problemen drukt de beste man de Benz een eindje naar voren om ruimte te maken voor de wachtende KIA. Op het moment dat de bestuurden van de kleine wagen aan het inparkeren is, loopt de dronken hulp een eindje verderop. Als blijkt dat de kleine wagen er niet tussen past, roept de bestuurder wederom de hulp in van de zelfbenoemde parkeerassistent. Deze drukt hierop met alle kracht de dure Benz naarvoren, zodat deze tegen zijn voorligger aanknalt, zodat ook deze een stukje naar voren rolt. Voila. Probleem opgelost. Een uur later neemt de beste man dankbaar zijn fooitje in ontvangst. Wat een wereld.
Het plan was om met samen met Koen & Lotte de Galapagos eilanden te bezoeken, maar dit plan gaat voor hun helaas niet door. Aldus zet ik mijn reis weer alleen voort. Het was in ieder geval erg gezellig met hun in Ecuador!
Gelukkig ben ik afgelopen vrijdag (19/2) wel naar de Galapagos eilanden vertrokken! Acht dagen op een boot tussen bijzonder dieren, op een ruige zee, langs schitterende landschappen. Iguanas, here I come!
Tagged as:
galapagos,
rattenhol