Na alle avonturen in Colombia, die later in boekvorm zullen verschijnen, was het tijd voor het laatste en meest bijzondere deel van mijn reis: Samen met pa een bezoek brengen aan het huis waar in de vijftiger jaren mijn opa, oma en moeder gewoond hebben in Punta Cardon, Venezuela. De reis over land leek onveilig vanwege de smokkelbendes bij de grens, maar gelukkig was er een vlucht beschikbaar vanuit het altijd gezellige Riohacha in Colombia, via Aruba naar het beruchte Punto Fijo op het schiereiland Paraguana in Venezuela.
In Colombia hadden slechts enkele reizigers een (kort) bezoek aan Venezuela gebracht en er was niemand met positieve berichten: Pas op je spullen, kijk uit voor rovers en ga niet in het donker de straat op. Zelfs in het vliegtuig naar Punto Fijo vertelde een inwoner van het stadje dat ik me beter niet in de avond op straat kon begeven en in Punta Cardon al helemaal niet. Dat durfde hij zelfs niet. Zoiets geeft de burger moed. Vooral omdat je in Venezuela als buitenlander bijna niet kan pinnen en als dat al kan, moet dat in beveiligde bankgebouwen, waar het invullen van de nodige formulieren een halve dag in beslag neemt. Het is dus noodzakelijk om alle dollars die je denkt te gebruiken (voor drie weken!!!) mee moet nemen het land in. Geen wonder dat je een gewilde prooi bent bij zo´n beetje iedereen. Ook geeft het wisselen van dollars voor de lokale muntsoort, de Bolivar Fuerte, bij wisselkantoren hetzelfde probleem met betrekking tot de bureaucratische formaliteiten die hier aan te pas komen. Hier komt nog bij dat alle officiele geldtransacties tegen een lage wisselkoers gaan en de enige andere mogelijk om aan geld te komen (lees dollars tegen gunstige koers tegen Bolivars wisselen) op de ´zwarte markt´ dient te gebeuren. Erg spannend allemaal.
Aangekomen op de kleine luchthaven van Punto Fijo blijkt geld wisselen makkelijker dan gedacht. Een vadsige Venezolaan spreekt me aan en binnen een minuut sta ik met hem in het restaurant op de eerste verdieping naast een pokertafel met volle bezetting dollars te wisselen. Een wat norse taxichauffeur is bereid mij naar het centrum van de stad te brengen en in zijn oude Amerikaan (slechtonderhouden Dodge V8 uit 1974) rijden we langs de olieraffinaderijen, vervuilde straten en verlaten gebouwen. Het enige lichtpuntje in de hele omgeving is een gloednieuwe mall (Amerikaanse stijl) waar de rijksten van het schiereiland hun zuurverdiende centen kunnen spenderen aan geimporteerde waar. Dit blijkt alleen weggelegd voor de Arabieren die sinds een jaar of vier in het gebied wonen en het grootste deel van de winkels en zaken in de ´Zona Libre´ bestieren. Deze belastingvrije handelszone in het centrum van Punto Fijo is door Hugo Chavez in het leven geroepen om de economie van het gebied enigszins op peil te houden. Noodzakelijk, want na het vertrek van de Shell 11 jaar geleden draaien de twee olieraffinaderijen van het gebied, die in Punta Cardon en Amuay, nog slechts op een fractie van hun capaciteit. Nalatigheid en slecht onderhoud zijn hiervan de oorzaak.
Pa heb ik de volgende dag van het vliegveld in Punto Fijo gehaald en na het weerzien hebben we onder het genot van de nodige bieren elkaar bijgepraat over alle avonturen. Het laatste hoofdstuk van mijn reis was aangebroken en er stond nog 1 doel op de lijst. Het bezoeken van alle plekken waar mijn opa, oma en moeder hebben gewoond en geleefd. Met een betrouwbare taxichauffeur zijn we de volgende dag in de bloedhitte van de woestijn naar Punta Cardon gereden. Deze plaats is feitelijk gesticht, gebouwd en onderhouden door de Shell voor alle werknemers van de raffinaderij. Na het vetrek van de Shell en haar werknemers uit het gebied (door nationalisering van de raffinaderij) is het gebied snel verloederd door gebrek aan onderhoud en leegstand. In de trieste omgeving loopt niemand over straat en er rijden slechts enkele oude Amerikaanse roestbakken rond. Na enig zoeken hebben we echter het huis waar moeders met haar ouders heeft gewoond kunnen vinden en wonderlijk genoeg was het enkele jaren eerder volledig opgeknapt door de huidige bewoners. Dit wisten vrienden van de eigenaar te vertellen die vakantie vierden in het huis en ons gastvrij welkom heetten in het huis. Alsof ze op ons aan het wachten waren. Na een korte rondleiding en bezichting hadden we beide het gevoel dat het doel was bereikt en alle overige plekken voelden als een toegift. We zijn langs het vervallen, maar nog steeds operationele ziekenhuis van Punto Fijo gereden, langs de basisschool en de diverse kerken en gebouwen. Het doel was bereikt en ondanks de trieste omgeving hadden we beide een gelukkig en voldaan gevoel. Na te zijn bijgekomen van alle emoties besloten we om een week naar de nabijgelegen Nederlandse Antillen te gaan. We waren hier nu dichtbij en dit deel van Venezuela was niet erg uitnodigend om langer te verblijven.
De Antillen bleken de beste plek om weer langzaam aan Nederland te wennen na bijna 7 maanden afwezigheid. Zeker in Willemstad, Curaçao, waar door iedereen Nederlands gesproken werd en weer een keur aan Nederlandse producten beschikbaar was. Hallo Appie, oude kaas en beschuit! Ik heb geen moment heimwee gekend, maar eindelijk heb ik nu zin om terug te keren naar Nederland en om iedereen weer te zien en spreken. Zuid-Amerika was geweldig: ik heb van iedere seconde maximaal genoten en wil alle mensen, zowel in ontmoetingen op reis als thuis achter de computer danken voor alle fantastische ervaringen. Mijn reis zit er op en over een paar dagen vlieg ik samen met pa terug naar Holanda… Tenminste, als de vulkaan in IJsland een beetje meewerkt.
Voor nu bedankt voor het volgen van mijn reis en het lezen van de verhalen. Door de vele reacties ben ik gemotiveerd om te blijven schrijven, dus er zullen ook na mijn terugkomst nieuwe verhalen volgen. Er zijn nog veel verhalen te vertellen over deze reis en over heel veel andere zaken. En misschien trek ik binnenkort wel weer de stoute schoenen aan voor nieuwe avonturen elders op de planeet. Who knows…
Tagged as:
geld,
moeder,
olie,
punta cardon,
punto fijo,
vader
Om de stad te verkennen heb ik een fietstocht door de stad gemaakt over een aantal van de fietspaden die de stad rijk is (340km!), begeleid door mijn fantastische gids, genaamd Juan. De vrolijke Colombiaan zwierde vrolijk over de grootste kruispunten, waarna ik hem met Utrechtse behendigheid moeiteloos wist te volgen. De totaal onwetende Pruis die deel uitmaakte van ons gezelschap had op ieder kruispunt vijf minuten nodig om moed bij elkaar te rapen alvorens de oversteek te wagen. Via vierbaanssnelwegen, diverse achterbuurten en parken kwamen we aan bij de vrijhaven van Colombia: de publieke universiteit van Bogota. Een campus terrein waar je zelfs je fiets laat inchecken, omdat het gehele terrein vrij is van de alom gevreesde politie. De onvoorstelbare hoeveelheid politiek getinte graffiti op alle gebouwen wijst op de onvrede die heerst over de huidige stand van zaken.
Hij heeft op het grote plein in een halfuur het complexe conflict in het land uit weten te leggen. Om de Colombianen en hun te begrijpen is het noodzakelijk om de situatie te begrijpen. Erg actueel, want dit weekend zijn er, wederom op zondag, verkiezingen voor de Kamer en de Senaat. Het paleis van de president in de binnenstad wordt om die reden al wekenlang streng bewaakt.
De regering in Colombia wordt gedomineerd door de schatrijke minderheid, waarvan een aantal families toevallig ook in het bezit zijn van de belangrijkste krant (El Tiempo), de twee publieke TV zenders en een zootje radiozenders.
De oppositie die pleitte voor gelijke rechten heeft zich na tegenvallende politieke resultaten georganiseerd in verschillende guerilla groeperingen om middels dreiging, geweld en aanslagen de regering tot verandering te dwingen. Het regeringsleger en de nationale politie kregen opdracht om de guerilla’s te bestrijden. Om de gewapende opstand te kunnen financieren grepen de guerilla groeperingen echter naar steeds extremere middelen. Naast de narcoticahandel waren ook kidnappings van familieleden van rijke politici voor losgeld aan de orde van de dag. Vele rijke families lieten dit niet over hun kant gaan en huurden privé legertjes in om de guerilla’s actief op te sporen en uit te roeien. Deze paramilitaire groeperingen opereren op hun eigen wetsloze houtje en vormen zodoende ook een gevaar voor de bevolking.
Naast het bestrijden van de guerilla’s worden de paramilitairen namelijk ook ingezet om terreur te zaaien onder de bevolking en zodoende complete dorpen onder druk te zetten om voor een bepaalde partij of persoon te kiezen tijdens de volgende verkiezingen. Dit uiteraard in navolging van de guerilla’s, die hier al jaren mee bezig waren. Deze verbluffende geschiedenis en actualiteit (want het is dus nog aan de orde van de dag), doet een mens even stil worden.
Onvoorstelbaar om te beseffen dat een land zó schitterend en een bevolking zó vriendelijk al jaren onder het juk van deze ellende gebukt gaat. Geen leuke verhalen ditmaal, maar die volgen snel weer!
Tagged as:
bogotá,
fiets,
politiek
Het is zeker geen straf om een aantal dagen in Medellin door te moeten brengen. Ten eerste is het hier eeuwig lente. Denk aan de ideale temperatuur, een bijzonder aangename luchtvochtigheidsgraad en iedere dag op hetzelfde tijdstip een klein regenbuitje. Het is waarschijnlijk lastig voor te stellen met alle witte kou in Holanda, maar lekker weer bestaat nog steeds!
Daarnaast is de stad bijzonder welvarend dankzij de (niet helemaal legale) werken van Don Pablo Escobar. De wijlen chef van het Medellin-kartel was één der rijksten op aarde -op het hoogtepunt verdiende Pablito een miljoen dollares per dia! - en spendeerde een groot deel van zijn zuurverdiende centjes aan gemeenschapswerken in de stad. Scholen, woningen, parken, ziekenhuizen en natuurlijk een aantal mooie stulpjes voor zichzelf. Dat de handel in narcotica niet alleen Paulus IJscokar het luxe leven in heeft geholpen blijkt uit de gigantische paleizen in de heuvels rondom Medellin. Het geld wordt ook bijna letterlijk in alle vrouwen hier gepompt. Het aantal buitenproportionele bustes op straat (en in de supermarkt, de metro en de kerk) is werkelijk onvoorstelbaar. Daar komt nog bij dat in Medellin de mooiste dames van Colombia wonen. Blanke gringo mannetjes mogen dus van geluk spreken als ze de stad zonder whiplash kunnen verlaten (of zoals een beschaafde Engelsman in het hostel riep “there is a necksnapping quantity of extraordinary gorgeous women in this city”). U bent gewaarschuwd.
Het beruchte imago van rum, coke en hoeren (of sex, drugs and rock’n'roll, wat u wilt) trekt een apart slag volk aan. Opmerkelijk zijn de excentrieke reizigers die hier voor langere tijd blijven: Een chagrijnige rockabilly Yank, een poker spelende monnik, verschillende dopeheads van down under, gestrande Pruisische motormuizen, oude Franse viespeuken en verdwaalde Engelse meisjes. En al die salsa, rumba en cumbia is heel leuk, maar het draait hier nog altijd om het nationale exportproduct dat je voor een knaak per lijn van de straat kan snuiven. Niemand doet het natuurlijk, maar laten we zeggen dat er nooit sprake is van een ‘ingekakte sfeer’.
In de kroeg koop je een fles anejo ron voor de prijs van een paar bier en zelfs op maandagavond kijkt niemand hier vreemd op als er weer één gammel op z’n stelten de gangen doorzwalkt. Plundering en roof is hier echter aan de orde van de dag, want lamme lullen laten alles liggen en het is dus zaak om zaken van waarde bij je te houden. Behalve de rum is alles hier veel duurder dan in de andere landen. De dorm is veel te klein en mijn onderbuurman brandt wierrook tegen de zweetlucht. Wat een bittere ellende. Als echte Hollander toch nog even lekker klagen op de dinsdag namiddag in de hangmat boven op het dakterras naast het zwembad…
Uiteraard ook de rest van de stad bekeken, waarbij het mooiste uitzicht te vinden was boven op de berg naast de valei. Met een gloednieuwe gondelbaan (toch een beetje ski-vakantie gevoel!) werd je naar boven gebracht over alle krottenwijken heen. Het uitzicht is schitterend van boven is goed te zien dat er met name hele grote luxe wolkenkrabbers staan tussen alle grote groene parken die de stad rijk is. Tenslotte heb ik nog een bezoek gebracht aan het museum van de kunstenaar Fernando Botero uit Medellin, die beroemd is om zijn dikke mensen schilderijen en standbeelden. De binnenstad is vooral erg druk met mensen en heel veel winkeltjes. Aangezien alle toeristen in de rijke buurt zitten ben je een blonde attractie voor de lokale bevolking. Gelukkig had ik een meisje in de metro gevonden dat een middagje gids wilde spelen en me in sneltreinvaart langs alle bezienswaardigheden wist te loodsen. Pablo bedankt! Op naar Bogota!
Tagged as:
coke,
hoeren,
medellin,
pablo escobar,
rum