Carnaval de Guaranda

februari 21, 2010

Heel Zuid-Amerika ligt vier dagen plat tijdens het grootste feest van het jaar: Carnaval. Rio de Janeiro is natuurlijk wereldberoemd om haar gigantische optochten in het Sambadrome, maar dat wil niet zeggen dat er dit feest in de rest van het continent niet even uitbundig wordt gevierd.

Wij besloten om deze grote Katholieke braspartij in het pittoreske Guaranda te vieren. Gelegen op 2700 meter hoogte in de groene en glooiende bergen van de Andes, compleet met Hollandsche koeien, kabbelende beekjes en een bijzonder vriendelijke bevolking leek dit dorpje op het eerste gezicht niet de meest waarschijnlijke plek waar volgens de reisbijbel van Koen het carnaval ‘most vigorously’ werd gevierd.

We waren door diverse personen gewaarschuwd dat de prijzen voor overnachtingen in hotels en hostels tijdens Carnaval de pan uit rijzen, maar omdat we een dag voor aanvang arriveerden hadden we de keus om in een zeer goedkoop, zeer centraal gelegen en zeer onderhoudsbehoevend pension onze intrek te nemen. Denk hierbij aan krakende overlopen, 2 lekkende wc’s, 1 doorkijkdouche (voor circa 30 man) en bedden met flinterdunne matrassen die al zo oud waren dat er vulling er uit leek te zijn opgelost. Tevens bleek het hostel tijdens carnaval een opendeur beleid te hanteren waar de meeste studenthuizen nog van zouden schrikken (kinderen die je kamer binnenlopen, andere gasten die even gezellig een praatje komen maken, enz.).

Op zaterdag was het feest dan echt begonnen en deze eerste dag stond in het teken van de ‘indigenas’, de bergvolken uit de wijde omgeving van Guaranda. Rond het middaguur begon een optocht rond het centrale plein met traditionele muziek en dansende Ecuadorianen, uitgedost in traditionele kleding. Ieder gehucht was vertegenwoordigd door een afvaardiging dansers en danseressen, begeleid door een ‘boze geest’ (dronken figuur in kek pak), een prinses (hier Reigna: koningin) en een band van oude, vaak straalbezopen muzikanten.

Al snel werd duidelijk wat er in de gids van Koen werd bedoeld met de uitbundigheid van de viering. Al in het begin van de optocht begonnen toeschouwers van het geheel de dansers, prinsessen en elkaar te bekogelen met onder meer water, meel en spuitschuim. Hierbij werd niemand ontzien en dus dienden jong, oud en uiteraard toeristen continu op hun hoede te zijn voor een aanslag uit onbekende hoek. Gedurende het carnaval bleek dat we nergens, behalve in onze kamer, veilig waren voor het water, meel en schuim. Lotte is op een dag drie keer ingezeept en ook ik had de grootste moeite droog en schuimloos te blijven.

In de avond werd een groot feest gehouden waar we naartoe zijn gegaan. Alle mensen daar met ons praten, drinken en feestvieren. Om de haverklap werd met een zak perzikwijn rondgegaan en dienden we te drinken tot er niets meer bij kon. Geen wonder dat we de volgende dag niet erg vrolijk wakker werden. Het beste idee leek ons om naar de markt te gaan en ons daar vol te gieten met versgeperste sapjes. Zelfs dit was een hele ervaring, want op de ‘foodcourt’ werden we door werkelijk iedereen aangegaapt en door alle sapvrouwtjes (8 stuks) meegevoerd naar hun persbalies. Na het heerlijk zoete, vers geperste sinaasappelsap gingen we tot groot vermaak van alle aanwezigen ook nog eten bij een van de vele eettentjes, die blijkbaar allemaal hetzelfde verkochten. We gingen voor een llapingachos, met worstjes, gebakken ei en gebakken aardappelen, wat in mijn ogen geldt als een truckersontbijt. Dit ging echter niet zonder slag of stoot, want er moesten eerst diverse foto’s genomen worden: Marten met meisje van eettent, Marten met nichtje van meisje van eettent, Marten met baby van nichtje van meisje van eettent. Als klap op de vuurpijl kreeg ik, na enige informatie te zijn ontfutseld over mijn huwelijke status, een meisje van ongeveer twaalf jaar oud gepresenteerd als potentiele huwelijkskandidaat. Ze had erg mooie ogen, maar dit ging echt te ver. We gaan!

{ 2 comments }