From the monthly archives:

februari 2010

Enchanted Islands

februari 28, 2010

Eindelijk was het zover en kon ik beginnen aan het 8 dagen durende hoogtepunt van mijn hele trip, een bezoek aan de wereldberoemde Galapagos eilanden. Na netjes al mijn steekwapens te hebben afgegeven bij de luchthaven van Guayaquil kon ik zonder problemen aan boord van het vliegtuig van AeroGal(apagos). Gids César stond netjes op de simpele luchthaven op het eiland Baltra te wachten en nam ons eerst mee naar de reuzeschildpadden farm op het eiland. Sommige van deze oudste bewoners van de eilanden hebben al meer dan 120 jaar op de teller staan en de laatste schildpad van zijn soort, toepasselijk Lonesome George genoemd en woonachtig in het Charles Darwin Research Center op Santa Cruz, heeft al 150 jaar op zijn levensteller staan. George heeft een crib waar menig rapper jaloers op zou zijn, compleet met Jacuzzi, vruchtentuin, 24 uurs surveillance en niet te vergeten twee aantrekkelijke vrouwtjes, waar hij tot groot verdriet van iedereen niet bovenop wil kruipen om een paar kleine Georges voort te brengen. Hiermee is zijn sub-soort van landschildpadden gedoemd uit te sterven en ik moet zeggen dat het heel bizar is om naar het laatst levende exemplaar van een diersoort te kijken.

Genoeg getreurd en tijd voor actie. Op naar het zeiljacht de ´Merak´ waar ik samen met twee Belgen, een andere Hollander, een Ier en twee Deutsch giechel-Mädchen 8 dagen lang de piraat ga uit hangen. Samen met kapitein Tito, eerste maat Bulmer, scheepskok (en oude zeerot) Galo en natuurlijk onze onverbeterlijke alpha-male gids Cesar maken we ons direct die eerste avond op voor een flink stuk schuimen over de woeste koppen van de Pacific. Op naar Rabida, een klein eiland met schitterende natuur waar we onze eerste ontmoeting zouden hebben met al het onverschrokken wildlife van de ´Enchanted Islands´. Na de eerste onwennige zeemijlen en dito maaltijd aan boord begint de stemming er goed in te komen en is de sfeer aan boord fantastisch. De volgende ochtend vroeg word ik met een wee gevoel in de maag wakker, maar na wat frisse lucht en een stevig ontbijt met spek en ei ben ik klaar voor onze eerste landing met de Zodiak. Een enorme zeeleeuwen kolonie ligt ons op te wachten aan het strand en vertrekt geen spier als we dicht in de buurt komen. Alleen het mannetje in de branding blaft een paar keer flink om ons te laten weten dat we op zijn territorium zijn aangekomen en van zijn harem met circa dertig wijven af moeten blijven.

We maken een korte wandeling over het eiland en langs de rode stranden en zien naast de zeeleeuwen een aantal van de beroemde Darwin-vinken en een paar kleine leguanen. In de namiddag staat de eerste snorkeltocht op het programma en in het water worden we direct vergezeld door de nodige vrouwelijke zeeleeuwen die het bijzonder leuk vinden om met razendsnelle zwemmanoeuvres dicht in onze buurt te blijven. Het eerste ogenblik is dit een beetje beangstigend, omdat die beesten nu eenmaal groot zijn en over een akelig groot gebit beschikken, maar na een tijdje is het dolle pret om elkaars bewegingen onder water te immiteren. Samen met de ontelbare vissen was alleen deze eerste dag al een onvergetelijke ervaring en dit gaat nog een week zo door!

{ 1 comment }

Guayaquil

februari 23, 2010

Deze grootste stad van Ecuador is het meest vreselijke rattenhol waar ik ooit ben geweest op deze planeet. Zo, dat is er uit. Erg ironisch als je bedenkt dat het tevens de toegangspoort is voor de mooiste plek te wereld. De Galapagos archipel.

De lucht in Guayaquil stinkt, is bijzonder vochtig en warm. Er is veel luchtvervuiling, de straten zijn lelijk, de mensen erg onvriendelijk en alles is duur. Daarnaast is er een Amerikanisering van zo ongeveer alles gaande in de stad. Er is miljoenen geinvesteerd in diverse belachelijke projecten om de stad op groot voorbeeld Miami te laten lijken. Een gigantische boulevard met de allure van de Riverwalk in San Antonio (TX), een grote winkelstraat met louter electronicazaken die verkopen op krediet, banken, dure malls en fastfoodketens. Vreemd, want de bevolking van deze miljoenenstad is straatarm.

Kuchend op ons balkon kijk ik in de middag naar de taferelen op de straat beneden. Er zit een dronken neger op een stoel voor een winkel op de drie auto’s te letten die hij onder zijn hoede heeft genomen. Zodra er een klein blauw KIA’tje aan komt rijden staat hij met enige moeite op en dirigeert de auto richting een parkeerplek tussen een oude Amerikaan en een dure Benz type ML. Zonder problemen drukt de beste man de Benz een eindje naar voren om ruimte te maken voor de wachtende KIA. Op het moment dat de bestuurden van de kleine wagen aan het inparkeren is, loopt de dronken hulp een eindje verderop. Als blijkt dat de kleine wagen er niet tussen past, roept de bestuurder wederom de hulp in van de zelfbenoemde parkeerassistent. Deze drukt hierop met alle kracht de dure Benz naarvoren, zodat deze tegen zijn voorligger aanknalt, zodat ook deze een stukje naar voren rolt. Voila. Probleem opgelost. Een uur later neemt de beste man dankbaar zijn fooitje in ontvangst. Wat een wereld.

Het plan was om met samen met Koen & Lotte de Galapagos eilanden te bezoeken, maar dit plan gaat voor hun helaas niet door. Aldus zet ik mijn reis weer alleen voort. Het was in ieder geval erg gezellig met hun in Ecuador!

Gelukkig ben ik afgelopen vrijdag (19/2) wel naar de Galapagos eilanden vertrokken! Acht dagen op een boot tussen bijzonder dieren, op een ruige zee, langs schitterende landschappen. Iguanas, here I come!

{ 0 comments }

Carnaval de Guaranda

februari 21, 2010

Heel Zuid-Amerika ligt vier dagen plat tijdens het grootste feest van het jaar: Carnaval. Rio de Janeiro is natuurlijk wereldberoemd om haar gigantische optochten in het Sambadrome, maar dat wil niet zeggen dat er dit feest in de rest van het continent niet even uitbundig wordt gevierd.

Wij besloten om deze grote Katholieke braspartij in het pittoreske Guaranda te vieren. Gelegen op 2700 meter hoogte in de groene en glooiende bergen van de Andes, compleet met Hollandsche koeien, kabbelende beekjes en een bijzonder vriendelijke bevolking leek dit dorpje op het eerste gezicht niet de meest waarschijnlijke plek waar volgens de reisbijbel van Koen het carnaval ‘most vigorously’ werd gevierd.

We waren door diverse personen gewaarschuwd dat de prijzen voor overnachtingen in hotels en hostels tijdens Carnaval de pan uit rijzen, maar omdat we een dag voor aanvang arriveerden hadden we de keus om in een zeer goedkoop, zeer centraal gelegen en zeer onderhoudsbehoevend pension onze intrek te nemen. Denk hierbij aan krakende overlopen, 2 lekkende wc’s, 1 doorkijkdouche (voor circa 30 man) en bedden met flinterdunne matrassen die al zo oud waren dat er vulling er uit leek te zijn opgelost. Tevens bleek het hostel tijdens carnaval een opendeur beleid te hanteren waar de meeste studenthuizen nog van zouden schrikken (kinderen die je kamer binnenlopen, andere gasten die even gezellig een praatje komen maken, enz.).

Op zaterdag was het feest dan echt begonnen en deze eerste dag stond in het teken van de ‘indigenas’, de bergvolken uit de wijde omgeving van Guaranda. Rond het middaguur begon een optocht rond het centrale plein met traditionele muziek en dansende Ecuadorianen, uitgedost in traditionele kleding. Ieder gehucht was vertegenwoordigd door een afvaardiging dansers en danseressen, begeleid door een ‘boze geest’ (dronken figuur in kek pak), een prinses (hier Reigna: koningin) en een band van oude, vaak straalbezopen muzikanten.

Al snel werd duidelijk wat er in de gids van Koen werd bedoeld met de uitbundigheid van de viering. Al in het begin van de optocht begonnen toeschouwers van het geheel de dansers, prinsessen en elkaar te bekogelen met onder meer water, meel en spuitschuim. Hierbij werd niemand ontzien en dus dienden jong, oud en uiteraard toeristen continu op hun hoede te zijn voor een aanslag uit onbekende hoek. Gedurende het carnaval bleek dat we nergens, behalve in onze kamer, veilig waren voor het water, meel en schuim. Lotte is op een dag drie keer ingezeept en ook ik had de grootste moeite droog en schuimloos te blijven.

In de avond werd een groot feest gehouden waar we naartoe zijn gegaan. Alle mensen daar met ons praten, drinken en feestvieren. Om de haverklap werd met een zak perzikwijn rondgegaan en dienden we te drinken tot er niets meer bij kon. Geen wonder dat we de volgende dag niet erg vrolijk wakker werden. Het beste idee leek ons om naar de markt te gaan en ons daar vol te gieten met versgeperste sapjes. Zelfs dit was een hele ervaring, want op de ‘foodcourt’ werden we door werkelijk iedereen aangegaapt en door alle sapvrouwtjes (8 stuks) meegevoerd naar hun persbalies. Na het heerlijk zoete, vers geperste sinaasappelsap gingen we tot groot vermaak van alle aanwezigen ook nog eten bij een van de vele eettentjes, die blijkbaar allemaal hetzelfde verkochten. We gingen voor een llapingachos, met worstjes, gebakken ei en gebakken aardappelen, wat in mijn ogen geldt als een truckersontbijt. Dit ging echter niet zonder slag of stoot, want er moesten eerst diverse foto’s genomen worden: Marten met meisje van eettent, Marten met nichtje van meisje van eettent, Marten met baby van nichtje van meisje van eettent. Als klap op de vuurpijl kreeg ik, na enige informatie te zijn ontfutseld over mijn huwelijke status, een meisje van ongeveer twaalf jaar oud gepresenteerd als potentiele huwelijkskandidaat. Ze had erg mooie ogen, maar dit ging echt te ver. We gaan!

{ 2 comments }